Curriculum opleiding Goudse Dichtersschool
Dit curriculum is als volgt ingedeeld:
1. de missie van de Goudse Dichtersschool
2. opzet van de opleidingen, de basis en de verdieping
3. werkwijze tijdens de bijeenkomsten
4. de weg naar een goed gedicht
Missie
* bevorderen van het plezier in dichtwerk
* bijdrage aan de deskundigheid van dichters en andere woordkunstenaars
* vergroten van de aandacht voor het werk van starters en gevorderden
- Opzet van de opleidingen
2.1 Basis
* zes praktijklessen met nadruk op oefening en bespreking
– na elke bijeenkomst wordt een huiswerkopdracht (gedicht) gegeven.
– het gedicht wordt besproken met de toegewezen coach
– het eindproduct wordt gestuurd naar de cursusleiding en coördinatoren
– in een volgende bijeenkomst komt de opdracht aan de orde.
* twee praktijklessen met presenteren als vaardigheid
– presenteren, declameren, stemgebruik, voordragen, ademtechniek
– ontspannen, bewegen, lichaamstaal
2.2. Verdieping
De verdieping bestaat uit vier bijeenkomsten en vier zogenaamde proeverijen
de bijeenkomsten
– aansluitend bij de leerbehoefte van de deelnemers verdere ontwikkeling van de
eigen stem of stijl
– het voorbereiden van een bundel
– gewerkt wordt met intervisie
– feedbackgeven en ontvangen bij intervisie is een onderdeel van de verdieping
de proeverijen
de vier proeverijen zijn een verzameling van specifieke vormen in het dichtwerk
bijvoorbeeld.
– methoden als Laban, rap en Spoken Word
– voorbereiding van een bundel
– de combinatie met andere kunstvormen
– een podcast maken
3. werkwijze bij de bijeenkomsten
Hoe kom je tot een gedicht? De nadruk ligt op experimenteren, spelen met
taal, elkaar inspireren. Daarbij kunnen aan de orde komen onderwerpen als
grondredenen om te dichten (ben jij een dichter?), willen en mogen, op de
schouders van anderen staan, jezelf inbrengen, verbeelden, een selectieve verwijzing
naar bronnen, manieren om tot een gedicht te komen en kenmerken van een
goed gedicht (zie aldaar).
Enkele voorbeelden van detailoefeningen: inschakelen van zintuigen, voorbereiding
met dubbele spiraal, gedichtenspoor vinden uit titellijstjes en tegenstellingen,
mini poëzie, schrijven uit opdracht, versterken van een gemaakt gedicht,
schrijven in gegeven stijl van een dichter of daarmee in contrast (tegendicht of
parodie), het dichten van een levensverhaal.
Tijdens de lessen komen diverse dichtkenmerken aan de orde: taal, teken, thema,
tempo en type gedichten
Verschijningsvormen: podcast, gedicht maken naar aanleiding van ….”
Inspiratiebronnen als (beeld (praatje bij het plaatje), lezen van gedichten,
Ideeën om een onderwerp te vinden en te onderzoeken en waar vind je poëzie?
- de weg naar een gedicht en de kenmerken van een goed gedicht
De werkwijze is gericht op het verdiepen van het geven van betekenis
– het proces: (zo maar) beginnen, informatie verzamelen, opnieuw kijken
– de vorm: strofen, witregels, enjambementen, vrije- en vaste vorm
– beeldspraak: vergelijking, metafoor, animisme en personificatie
– opzet: tijd, tempo, perspectief, volgorde
– taalgebruik: klank, rijm, metrum, repetitie, woordgebruik, clichés, kracht en
zwakte van herhalingen
– het geheel: begin- en eindregel, wel of geen titel (?) eenheid van tijd, plaats en
handeling, het verschijnsel van ‘schrappen tot noodzaak en beperking
van de lengte’