De wording van een pianist

Vingers te klein voor een octaaf
 spelen voor moeders oren
 zodat zij glimlacht
Hij wíl niet stoppen
moet doorgaan
opnieuw en weer …
Tot zijn gebalde vuistjes
de piano
doen verstommen

De kinderhanden verdwenen
De vuisten gaven hem
zijn vingers terug
Scherend als vogels
over ‘t weiland
klaar om te landen,
stijgen, landen,…
Opnieuw, doorgaan
weer opnieuw en weer …

Toetsen, kruisen,
mollen, notenbalken
zo vertrouwd en voor altijd
vol geheimen
Na jaren en jaren doorgaan
draagt hij de klanken
verborgen in z’n handen
Klanken als botsende wolken,
ijl als bedauwde boterbloemen

Hij wil weg
Verlangt naar zijn vleugel
Veilig in alleenheid
tussen dove muren
Maar hij staat in de coulissen
Wordt al aangekondigd
De pianist buigt, spreidt zijn handen
en haalt uit wit en zwart de meest
kleurrijke klanken naar boven

Marai Ebben

Chanson pour Gouda

Lied voor Gouda

Klimaat, corona, oorlog,
Gouda zeven vijf nul.
Troubadour, chantez !

Lockdown.
Geen lawaai,
geen vliegtuigen,
geen drukte.
Vrije ruimte.
Troubadour, mon amour, chantez !

Gouda met een kroon,
Маріу́поль 1 in puin,
spagaat.
Troubadour, pleurez !

Ik rol mijn rollen
richting Vroesentuin,
onder mij
het klinkerpad
voert mij
langs oud steenwerk.
Troubadour, chantez !

Sint-Janskerk links,
Naar de hemel reikend,
rechts grachtje ingebed in steen
wijst me de weg,
veenwater, eendenkroos en kikkerdril.
Troubadour, chantez !

Ineens een oase van groen.
Bladeren ritselen,
geluiden klinken,
vogels zingen
georkestreerd
door de wind.
Frisse lucht.
Troubadour, chantez !

De wind danst door het park,
ik ruik zurig parfum.
Rode beuk, laat je takken dansen!
Beweeg je kruin in een cirkel!
Kom tot rust,
fluister in stilte,
schitter anders.
Маріу́поль, Харків, Бу́ча 2.
Verwoesting daar,
vrede hier.
Gouda, mon amour, chantez !

Oliver Kruze-Dougherty

1 Marioepol 2 Marioepol, Charkiv, Boetsja

Vrijdag in Casablanca

Op vrijdag in de sookh van Casablanca
Zwervend van steeg naar steeg
werd mij opeens de weg versperd
door tientallen mannen
knielend in de bocht van zo’n steeg

Hun gebedskleedjes waren klein
Goor als de straat
maar groot genoeg om te knielen
Ongetwijfeld richting Mekka
al stond een hok met kleding in de weg

Ik hield in, ging niet verder
Deed geen schoenen uit,
Knielde niet neer
Maar stond wel tijden stokstil
tegen een muur te reflecteren

Na een laatste Alluh Ahkbar
Loste de groep op als met
vlekverwijderaar
Een man kijkt om
Zoekt mij met z’n ogen
Steekt zijn duim omhoog

Peter Noordhoek

Vermarkt

In geleid meander ben ik soms een ander
aanschouw ik gezwalk buiten schulp
Hoe het mag krioelen in het stenen midden
het geeuwt, het galmt een chaotisch stukje mens
waanzin op een kluitje of een bedje van braaf

Besjerpte onscherpe telgen
trachten neiging te stillen
Strapatsen van de hippe minkukel
mooi is anders dan het was
Laterale klagers lastig op een lijn
vatbaar voor herhaling
Pummels vaag van fors vertoon
het opgesmukt volume van wankelmoedig
De invasieve exoot bestaat keurig
vermoedelijk vrij verdwaald
Verluchte slampamper
bewoont dit decor te grabbel
Duurzame tas met wegwerppak
koud standvastig deurbeslag
patatje pietlut
koffie en een zichtveld

Sfeer geproefd, pak in bak
mooi meander ik
en maak dat ik thuiskom.

Vincent Heidema