Zomerdichters 10 – toeval

Op 6 mei storten acht Zomerdichters zich op het thema “Toeval”.

Niet toevallig op deze avond, want de datum was bekend. En de aanwezigen waren er natuurlijk niet toevallig. Wat niet afgesproken was, maar wel steeds gebeurt: een goede sfeer waarin de gedichten met plezier worden voorgedragen en er constructieve reacties op volgen.

Er is niet alleen gedicht over toeval, ook is toeval gebruikt als middel voor een gedicht door op toevallig openvallende bladzijden van een zomaar uit de boekenkast gehaald boek blind vijf woorden te prikken. Deze vormden de basis voor een gedicht. Dat leverde met de geprikte woorden warmte, gehecht, tijd, misschien, angst onderstaand gedicht op:

Wie leeft, is niet bang 
voor de tijd, die voortschiet
als de tong van een kameleon op weg
naar een nietsvermoedend insect.

Misschien vreest men wel,
net als ik, de tandartsboor die
in je verdoofde zenuw
graaft alsof hij olie uit je kin wil halen.

We steunen op pilaren
tot we zelf steunpilaar zijn.
Hecht aan al wat warmte geeft,
niet aan kikkerkoude kennis.
Misschien kun je mettertijd
je angst voor de toekomst omzetten.

De volgende Zomerdichters  vindt plaats op 3 juni, thema: Digestief/digestive. 

Nelly Bakhuizen